Gary Schwartz
Full Moon II for the Pieter Janszoon Saenredam project( 9 juni 2001)
on the kabbalistic meaning of the full moon.
''Het is een zeldzaam plezier om de 404de verjaardag van Pieter
Saenredam met u te vieren op deze bijzondere wijze, op deze bijzondere
plek. Hoewel je het niet zou zeggen, zijn er toch niet veel
kunstenaars uit voorbije eeuwen die in deze tijd nog voldoende indruk
maken om aanleiding te geven tot boeken en tentoonstellingen, tot het
benoemen met hun naam van straten en gebouwen, tot het vieren van hun
verjaardagen. Slechts een paar tientallen uit vele duizenden namen van
kunstenaars zijn nog algemeen bekend. Honderd jaar geleden hoorde
Saenredam niet tot die kleine categorie. Het is in de eerste plaats
aan de kunsthistorici en archivisten te danken dat hij uit de
vergetelheid is geraakt. Samuel Muller Fz., Cornelis Hofstede de
Groot, Jan Six en P.T.A. Swillens hebben hem op de wetenschappelijke
kaart gezet. Gelukkig is hij door hun toedoen niet al te bekend
geworden. Schoolkinderen worden niet overgoten met de
overdreven eerbied waarmee sommige andere namen aangeprezen worden.
Dat maakt het mogelijk voor mensen om hem nog steeds voor zichzelf te
ontdekken.
De mooiste vorm van eerbied die een kunstenaar kan genieten komt
echter niet van geleerden of van het algemeen publiek, maar van andere
kunstenaars. Daar heeft Saenredam nog langer op moeten wachten. In
zijn eigen tijd maakte hij nagenoeg geen school. De specialiteit die
hij beoefende, het schilderen van gebouwen, heeft enige opgang gemaakt
in de 17de en 19de eeuw in Nederland, maar niet in zijn trant.
Het mag dan ook zeer bijzonder worden genoemd dat juist in onze tijd
Nederlandse kunstenaars van zeer verschillende aard zich tot Saenredam
aangetrokken voelen. Zijn natuurgetrouwheid en acribie waren een bron
van inspiratie voor Henk Helmantel, zijn kijk op de kerk voor de
religieuze realist Johan Grabijn. Jan Dibbets houdt van de zuiverheid
van vorm bij Saenredam. Maar ook de aartsironicus Marcel Broodthaers
heeft de naam van Saenredam nog eerder dan deze ingewerkt in een
schilderij van naamborden van grote kunstenaars.
Het grootste eerbetoon van alles is Saenredam gebracht door Lucien den
Arend, die een stuk van de aarde aan zijn voorganger heeft gewijd en
verbouwd tot een levend iets. Wat den Arend schijnt aan te trekken bij
Saenredam is de ruimte van zijn kerkinterieurs, de omhelzing van de
muren en de hemelwaartse beweging van de bogen. Dat zijn gewijde
ruimte een deel uitmaken van de natuur zelf brengt vanzelf de gedachte
mee van een hemel op aarde. Op Saenredam Eiland komen de
goddelijkheid, de natuur en de kunst bij elkaar op een wijze die zijn
uitwerking op de bezoeker niet kan missen. Een gevoeligheid voor
slechts een van de elementen van deze drie-eenheid is voldoende om je
in vervoering te brengen. De andere twee krijg je mee.
Den Arend is zeker niet de eerste die de puntbogen van een Gotische
kerk in verband brengt met elkaar rakende boomtakken. In de 19de eeuw
was dit een geliefde vergelijking, een manier om verheven
godsdienstige gevoelens in overeenstemming te brengen met de
romantische behoefte aan natuurmystiek en de ervaring van het sublieme
in de schepping. Op Saenredam Eiland worden deze impulsen down to
earth gebracht in een belevenis die toch hemels genoemd kan worden.
En dan komt Joseph Semah met Felix Villaneuva en hun Full Moon II.
Tegenover Saenredam Eiland komt in hun werk een verband van een ander
soort tot stand tussen hemel een aarde. Acht kubussen hebben zij
geplaatst, met citaten uit het Hooglied van Salomon, Shir ha-Shirim.
Volgens de tekst van de uitnodiging die wij allen hebben ontvangen,
vormen deze passages "een bespiegelende vingerwijzing naar de
wederkerige relatie tussen het 'Jeruzalem van beneden' en het
'Jeruzalem van omhoog.'"
Deze verwijzing brengt mij terug tot een van de grote teleurstellingen
van mijn jeugd. Neem het me niet kwalijk dat ik deze vandaag memoreer.
Aan mijn joodse middelbare school in New York gold Shir ha-Shirim als
geweldig opwindende lectuur. Terwijl wij anders de teksten studeerden
van de bloedige historische boeken en hypermoralistische profeten van
de Tanach, en de wettisje spitsvondigheden van de Talmoed, hier had je
een boek - in de Bijbel zelf - die over tongzoenen en meisjesborsten
ging. Voor de rest had de tekst het over geiten en paarden en tuinen.
"Mijn liefste is mij een tros van Cyprus in de wijngaarden van
Engedi." Dit waren duidelijk verwijzingen naar erotische geheimen waar
wij meer over wilden weten. Het was dan ook een geweldig moment toen
Rabbi Grossman, de enige Amerikaan onder mijn godsdienstleraren, die
voor de rest allemaal Europese vluchtelingen waren, ons liet weten dat
hij een reeks lessen aan Shir ha-Shirim zou wijden.
"Wat ik jullie ga zeggen," begon hij, "behoort tot de grote geheimen
van de Bijbel. Om het te kunnen begrijpen, moeten jullie je
verbeelding de vrije loop geven. Het is ook niet zonder gevaar, wat we
gaan leren." Dit klonk zeer veelbelovend. Het was zeldzaam stil in de
klas. En toen heeft Grossman het helemaal verpest. In plaats van een
uitleg over wat er allemaal in de wijngaarden van Engedi plaatsvond,
zei hij "De vrouw in Shir ha-Shirim is geen echte vrouw. De geliefde
van de dichter is geen vrouw van vlees en bloed. De dichter zelf is
niet een verliefde man. Die schunnige handelingen waar de woorden over
lijken te gaan hebben de dichter en zijn minnares nooit uitgevoerd.
Het hele boek is namelijk symbolisch. De vrouw is een symbool van het
Joodse volk en de dichter is God zelf. Hij spreekt over zijn liefde
voor Israël. Deze liefde moet beantwoord worden. Waar het hier om gaat
is om erotische gevoelens buiten het huwelijk om te buigen tot
gevoelens van liefde voor God." Zoals te voorspellen viel, is dit
manoeuvre van geen kant gelukt. We hebben de geheimen van de erotiek
zonder de hulp van Rabbi Grossman en zonder Shir ha-Shirim moeten
zoeken. De tekst zelf bleek in zijn uitleg een aaneenschakeling van de
meest onwaarschijnlijke zinspelingen op goddelijke en religieuze
aangelegenheden.
Vandaag moet ik tot mijn spijt constateren dat Semah en Villanueva ook
de mening van Rabbi Grossman - die uiteraard op een lange traditie van
Bijbelverklaring stoelt - ook toegedaan zijn. Ook zij spreken over
Shir ha-Shirim als een vingerwijzing naar het aardse en het hemelse
Jeruzalem en niet als gekreun over een vrouwenlijf. Ik heb echter
enige hoop dat zij ook de letterlijke tekst van deze liefdesgedichten
ook respecteren. In hun opstelling komt voor elke kubus met tekst ook
een nachtjapon voor. Uiteindelijk is een symbool niet alleen een
verwijzing. Het object dat het symbool vormt heeft ook zijn bestaan en
zijn integriteit.
Nu Semah en Villanueva ons op het pad van de Joodse symboliek
meevoeren, wilde ik u er op attent maken dat zij ons niet de hele weg
laten afleggen. Bijbelstudie wordt in de Misjna een viertraps oefening
genoemd. Zij duiden het aan met de acroniem Pardes, dat ook het woord
is voor Paradijs. De vier Hebreeuwse letters van het woord Pardes zijn
Pé, Resh, Daleth en Samech. Pé staat voor perash, de letterlijke
betekenis van de tekst. Resh voor remez of hint, een moralistische
verwijzing. Daleth gaat een verdiepen dieper naar Drash, of
symbolische duiding. De allerdiepste laag, Samech, heet Sod, of
geheim. Dit is een mystieke betekenis die alleen aan ingewijden
bekendgemaakt kan worden. Ik geloof dat Samech hetzelfde woord is als
Semach. Maar dat terzijde.
Semach en Villanueva maken het meeste werk van moralistische en
symbolische interpretaties. In de geest van hun spel met betekenissen,
waag ik mij echter ook aan een mystieke verklaring van hun project,
die ook seksueel is. Deze is op de naam van het project gebaseerd,
Full Moon. In de Joodse mystiek, is de maan het symbool van een
vrouwelijke dimensie van de Godheid, de Shechina, de Inwoning. Dit is
het deel van God dat de aarde bewoont. In de Joodse Kabbala wordt zij
is het enige onvolmaakte deel van God beschouwd. Dit is op zichzelf
een moeilijk begrip en wordt niet gauw aan schoolkinderen
toevertrouwd.
Het wassen en het afnemen van de maand weerspiegelt de golven van aan-
en afwezigheid van de Shechina. Ook wordt het met de maandelijkse
gesteldheden van de vrouw in verband gebracht. De volle maan, de titel
van het kunstwerk dat vandaag ten doop wordt gehouden, is het moment
van de grootste aanwezigheid van de Shechina. Het is de tijd van het
meest perfect mogelijk verband tussen God en mens, tussen hemel en
aarde. Dit beeld wordt in de Kabbala doorgevoerd tot andere en soms
zeer heftige metaforen voor de liefde van God voor Israël. Naast
metaforen worden soms ook zeer gedurfde mystieke praktijken op na
gehouden, waarover Rabbi Grossman volgens mij ook niets wist. Semach
en Villanueva weten meer. Zij vertellen niet alles. Maar vandaag
bieden zij aan Saenredam Eiland en aan Barendrecht en aan Rotterdam en
aan Europa een kunstwerk dat net als het werk van Saenredam en van
Lucien den Arend ook op zijn manier een eenheid uitdrukt via de kunst
tussen de krachten boven en beneden, binnen en buiten. Ik wens u allen
geluk met Full Moon.''
Gary Schwartz
www.garyschwartzarthistorian.nl